Onychomycose in de geschiedenis

  • 1835 Bassi ontdekt dat de muscardineziekte van zijderupsen wordt veroorzaakt door een schimmel
  • 1837 Remak neemt waar microscopisch kleine structuren verschijnen als staafjes en knoppen erin korsten van favische laesies. Publiceert zijn observaties niet, maar laat zijn bevindingen citeren in een proefschrift van Xavier Hube
  • 1839 Schlein communiceert over de fungale aard van dermatomycosen
  • 1841-1844 Gruby zich niet bewust van Remek’s en Schlein’s bevindingen, beschrijft klinisch en microscopische kenmerken van de veroorzaker van favus
  • 1853 Meissner ontdekt dat onychomycose wordt veroorzaakt door schimmels
  • 1854 Virchow gebruikte als eerste de naam onychomycosis voor deze nieuwe ziekte
In. het begin werd kwikchloride ingezet als medicatie maar in 1904 kwam benzoëzuur al op de markt. Deze stof werd tot voor kort nog verwerkt als conserveringsmiddel in nagellak met name om verontreiniging door schimmels te voorkomen.
Onychomycose was in die tijd iets dat niet of nauwelijks voorkwam.

Onychomycose en zelftesten

Er is veel discussie of een non-dermatofiet een onychomycose zou kunnen veroorzaken. Ik heb daar al eerder onderzoek voor opgezocht en de grote lijnen vertaald. Vandaag vond ik een tabel met specificaties uit de VS waarin wordt weergegeven welke schimmels het meeste in de nagel geanalyseerd worden door laboratorium onderzoek
Etiology of onychomycosis in the United States. Tinea Unguium (Nagelschimmel)
Dermatophytes and Yeast
  • Epidermophyton floccosum (+)
  • Microsporum canis (+)
  • Trichophyton mentagrophytes (++)
  • Trichophyton rubrum (+++)
  • Trichophyton tonsurans (+)
  • Candida albicans (++)
  • Candida guilliermondii (+)
  • Candida lusitaniae (+)
  • Candida parapsilosis (+++)
  • Candida tropicalis (+)
Non‐Dermatophytes
  • Acremonium spp. (+++)
  • Aspergillus flavus (+)
  • Aspergillus fumigatus (+)
  • Aspergillus terreus (+)
  • Aspergillus versicolor (+)
  • Fusarium spp. (+++)
  • Scopulariopsis spp. (++)
  • Scytalidium spp. (+)
Zelftesten of testen die worden aangeboden voor gebruik in de praktijk testen alleen op de aanwezigheid van dermatofieten. +/- 10-15% van de onychomycose infecties wordt veroorzaakt door een non-dermatofiet. Dermatofieten leven primair van keratine als voeding en dat vinden ze bij de mens in huid, haren en nagels. Dermatofieten blijven altijd in de epidermis en kunnen geen systemische infectie uitlokken omdat het bloedserum stoffen bevat waar dermatofieten direct kapot aangaan.
Non-dermatofieten hebben een breder voedingspatroon en blijven in principe in de epidermis zolang de afweer van de mens functioneert. Bij ernstige ziekten met een ernstige verslechtering van de afweer kunnen non-dermatofieten door de basale membraan migreren de dermis in en een systemische infectie veroorzaken. Dat is een ernstige complicatie waarbij de patiënt het leven kan laten. Let op dit gebeurt alleen bij ernstige immuunafwijkingen. Met name fusarium spp infecties komen vaker voor in NL
Het CE kenmerk dat voor onychomycose zelftesten is afgegeven geeft ook duidelijk aan dat de test alleen geschikt is voor het aantonen van een eventueel aanwezige dermatofiet in de nagel.
Als deze test negatief is is er nog steeds minimaal 10% kans dat de nagel door een. non-dermatofiet geïnfecteerd is.

Onychomycose en psoriasis

Psoriasis met nagelverstoringen komt voor tot 80% van de patiënten met psoriasis. Theoretisch, zou psoriasis een beschermende rol kunnen hebben bij de ontwikkeling van onychomycose vanwege de snelle nagelvernieuwing geassocieerd met deze ziekte. Hierdoor lijkt een snelle eliminatie van schimmel eenvoudiger. Verder remt het glycoproteïnemateriaal dat wordt gevonden in een psoriatische nagel de groei van dermatofyten en C. albicans. Toch bestaat onychomycose naast nagel psoriasis bij 13-47% van de patiënten.
In een epidemiologische studie uitgevoerd in Bulgarije en Griekenland, werden positieve schimmelnagelculturen aangetroffen in de nagels van 62% van de psoriatische patiënten, waarvan dermatofyten werden geïsoleerd in 67% van de gevallen, gevolgd door Candida in 24% en non-dermatofieten in 6% van de gevallen.
Een meta-analyse van 10 onderzoeken uitgevoerd door Klaassen et al. toonde de prevalentie van gelijktijdige onychomycose aan in 18% van deze patiëntengroep. Dat is een verdubbeling van het percentage in de controlegroep.
De samenloop van het gelijktijdig voorkomen van een psoriasisnagel en onychomycose zou kunnen worden verklaard door de ontsteking veroorzaakte veranderingen in de nagelstructuur (psoriasis) die vervolgens vatbaar is voor een infectie door schimmels. Bovendien legt de loslating van psoriatische nagelplaat van het nagelbed een vochtige subunguale ruimte bloot die kan gemakkelijk kan worden geïnvadeerd door schimmels. Ook kan de immunosuppressieve werking van geneesmiddelen voor de behandeling van psoriasis een onychomycose verergeren.
Uit de nieuwe editie “Schimmels” door Mischa P.M. Nagel
Mischa Nagel
Wilt u meer weten over schimmelinfecties? Schrijf u dan in voor de dagcursus Schimmeldiagnostiek en bestel de nieuwste editie van Mischa Nagel’s e-book ‘Schimmels de stand van zaken’.